NL Penningmeester

U bent hier

Aanmaakdatum

21-03-2017
Wet markt en overheid verlengd

Verenigingen profiteren momenteel nog veel van de uitzonderingsmogelijkheid die de Wet Markt en Overheid biedt. Er zijn plannen om deze uitzonderingsmogelijkheid wettelijk te beperken. Minister Kamp van Economische zaken heeft besloten om de huidige Wet Markt en Overheid te handhaven tot 1 juli 2019. Dat is voor nu goed nieuws voor verenigingen, volgens Marjo Vink van juridisch adviesbureau Legal Letters.

Wat is de Wet Markt en Overheid?

Sinds 2012 bestaat deze wet, die onderdeel is van de mededingingswet. De wet moet concurrentievervalsing tegengaan bij gemeenten en overheden bij het geven van opdrachten en subsidies. Overheden moeten zich daarbij aan vier gedragsregels houden:

  1. Kostendoorberekening. Overheden moeten alle werkelijke kosten doorberekenen in de verkoopprijs. Verhuurt de gemeente een accommodatie? Dan moeten de werkelijke kosten in rekening worden gebracht. Dat geldt voor ondernemers, maar dus ook voor verenigingen.
  2. Bevoordelingsverbod. Eigen overheidsbedrijven mogen niet bevoordeeld worden boven concurrerende bedrijven.
  3. Gegevensgebruik. Overheden mogen de gegevens waarover zij beschikken niet gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor ze verkregen zijn, behalve als andere bedrijven ook over die gegevens kunnen beschikken.
  4. Functiescheiding. Heeft een overheid bij bepaalde economische activiteiten een bestuurlijke rol en voert zij die economische activiteiten ook zelf uit? Dan mogen niet dezelfde personen betrokken zijn bij de bestuurlijke en de economische activiteiten van die organisatie. De gemeenteambtenaar die de aanvraag voor een evenementenvergunning behandelt, kan niet tegelijkertijd organisator zijn van datzelfde evenement.

Uitzondering

Overheden kunnen een uitzondering maken op deze wet. Dat kan als een marktactiviteit in het algemeen belang is. Evaluatie van de wet heeft aangetoond, dat overheden op grote schaal gebruik maken van de mogelijkheid een uitzondering te maken. Met name in de richting van (sport)verenigingen, zodat deze verenigingen niet de werkelijke kostprijs hoeven te betalen voor hun accommodaties. Maar ook is gebleken dat de motivering daarbij vaak onvoldoende is. Dat is gunstig voor verenigingen, maar zorgt volgens de autoriteiten voor oneerlijke concurrentie in het bedrijfsleven.

Het kabinet wil deze uitzonderingsmogelijkheid voor overheden inperken. Daarvoor is een wetswijziging nodig. Deze wijziging kon niet plaatsvinden voor de datum waarop de geldigheid van de Wet Markt en Overheid vervalt. Daarom wordt de huidige wet nu verlengd tot 1 juli 2019.

Verenigingen kunnen dus nog even profiteren van de gunstigere regeling, maar moeten in de toekomst wel rekening houden met het feit dat gemeenten wellicht de werkelijke kosten van een accommodatie in rekening moeten gaan brengen.

Reacties

Volgens mij is de oplossing om alle kosten daadwerkelijk te berekenen en de sportverenigingen aan de andere kant een subsidie te geven voor de ingehuurde sporthal uren. De gemeenten houden zich dan aan de wet en het is transparant hoeveel subsidie er naar de sport gaat. Bijkomend voordeel is dat er dan eerlijke concurrentie is met particuliere aanbieders. Verenigingen zijn dan vrij om te huren waar ze willen en krijgen, zowel bij inhuur van sportzalen bij gemeentelijke hallen en particuliere hallen een subsidie.

E.e.a. lijkt mij voor de meeste verenigingen niet haalbaar. Dan komt het bestaansrecht ter discussie. Er zijn al te veel zaken afgeschaft zoals subsidie van de Gemeente en compensatie van de Ecotax door de KNKV.

Reactie toevoegen